Levensverlengend apparaat
Op vrijdagochtend laat ik het huis oppasklaar achter: schoon beddengoed, schone handdoek, katjes verzorgd, kattenbak schoon, prullenbakken leek, afwasmachine uitgeruimd, klok stilgezet, badkamerventilator op aangepast tijdschema. Omdat de schoonmaakster ook komt mag de voordeur alleen op het middelste slot. Ik heb een werktas en een weekendtas bij me. Nadat ik de auto heb ‘geladen’ controleer ik nogmaals of de voordeur op het juiste slot zit. Zou toch onhandig zijn als Jennifer vandaag niet kan werken.
Leila controleert of ik het opmaken van het bed wel goed gedaan heb
Ik rij naar Leeuwarden. Bij Emmeloord ga ik even tanken. Nog geen 30 seconden terug op de snelweg krijg ik de melding van de BMW dat hij graag een litertje olie erbij wil hebben. Jammer, dat moet even wachten. Op het werk spreek ik de nodige mensen offline en online en heb ik tijd om even een snel rondje te wandelen en een bakje salade bij de AH te scoren. Na nog een paar vergaderingen schakel ik over naar mijn telefoon en noice cancelling koptelefoon. Die heb ik vier jaar geleden gekocht om op het werk met enige concentratie werk te kunnen doen. Ik heb namelijk turbo-oren en kan rustig een conversatie aan de andere kant van de kantoortuin volgen. Dat is niet werkbevorderend.
Met de vergadering op de telefoon loop ik naar station Leeuwarden en check ik in. Het straattheater Oerol is hier al begonnen met mensen kijken. Mensen die meer bij zich hebben dan noodzakelijk. Mensen die meer bij zich hebben dan ze zelf kunnen dragen. Heerlijk, al dat geknoei. Ik heb een klein rugtasje en een halfvolle weekendtas bij me. Plus een noice cancelling koptelefoon op mijn oren. Daarmee verstomt hun gebabbel tot een onverstaanbare laag geluid waardoor ik mij kan blijven concentreren op de inhoud van de vergaderingen. In Harlingen Haven loop ik naar de bootterminal. Daar heb ik ondertussen de vergaderingen ingewisseld voor een opname Evensong van BBC3. Daardoor is de kakofonie van veel te veel mensen op een te klein oppervlak goed te doen. Ik wacht tot het allerlaatste moment om de terminal te verlaten en over een zonovergoten loopbrug aan boord te gaan. Het is de langzame boot. Ik heb nog twee uur gebabbel om me heen voor mij.
Omdat ik een boek wil lezen, zet ik de muziek af. Met alleen de werking van de noice cancelling van deze koptelefoon wordt alles om mij heen voldoende gedempt om heerlijk te kunnen lezen. Ik aanschouw af en toe het theater dat zich rondom mij afspeelt, van bekenden die elkaar tegenkomen, toutes Amsterdam die onderweg zijn naar The Place to Be dit weekend (Oerol) en alle jongeren die zonder ouders onderweg zijn naar wat vast een doldwaas weekend gaat worden. Mijn koptelefoon gaat 2 uur later af, als we aanmeren in Terschelling West. Met mijn humeur intact en een normale hartslag kan ik van boord, op naar een zonovergoten weekend met de man en vrienden.