Verplichte rust
Op vrijdag krijg ik, van de boot af en met de bus in het dorp aangekomen, de sleutel van appartement 47 aangereikt. Ik kom nu zo vaak dat dit de enige handeling is naast een hartelijk welkom. Ik loop naar boven, zet mijn tassen neer, pak de boodschappentas en loop naar de Spar. Daar haal ik de helft van wat ik de vorige keer heb gekocht. Toen was het te veel. Terug ‘thuis’ ruim ik alle spullen op, pak mijn tassen uit en ga vervolgens een rondje Watertoren/Vuurtoren/strand/paal 3/Badweg teruglopen. Gewoon, even de zee zien. Het is eb, weinig wind, beetje zon, toch fris. Om zes uur ben ik terug en ga ik aan de borrel met een e-Book op schoot. Ik heb een Engelse detective bij me. Na het schrijven van het vorige blog lees ik nog een stuk en ga dan vroeg slapen.
Op zaterdag ben ik tegen zes uur echt wakker, de nacht was onderbroken door een uurtje mijmeren. Dat is op zich een goed teken, want dan ben ik niet zo moe als anders. Ik kom graag naar Schier om grotere wandelingen te maken, stil te zijn met mijn eigen gedachten en ongestoord te slapen. Zelfs de kerkklok is mij vertrouwd en daar slaap ik doorheen. Doordat ik de afgelopen weken mij redelijk aan de normale werkuren weet te houden en er ook daarbuiten niet hele bijzondere zaken zijn die mij moe maken, ben ik al redelijk bijgekomen van een druk half jaar. Deze vakantie is dan ook vooral een soort overgangsrite naar de volgende baan.
Ik drink een kop koffie bij de ochtendkrant, doe mijn pilatesoefeningen, drink nog een kop koffie. Na douchen en aankleden ga ik om half acht naar buiten. Het is tijd voor de wandeling. Zoals het kaartje aangeeft loop ik in zuidelijke richting het dorp uit, naar de Waddendijk, en dan in westelijke richting over het groene strand naar paal 3. Onder het ritmisch de ene voet voor de andere zetten, met de wind in mijn haren, bedenk ik de volgorde van implementatie voor de doelarchitectuur Finance. Ik begin een keer achteraan met denken en daarna vooraan. Dat herhaal ik een paar keer totdat ik denk dat het goed is. Tegen die tijd begint het een beetje te sputteren en ik loop daarom met hetzelfde tempo door, terug over de Badweg naar het dorp. De rij voor de bakker staat tot halverwege de straat, de strandkoeken moeten nog even wachten. Terug in het appartement maak ik mijn ontbijt van Griekse yoghurt, walnoten, honing en een stukje banaan. Met een glas dubbeldrank erbij, het is vakantie. Ik klap de laptop open, werk mijn werkmail en -agenda bij voor de komende dagen en schrijf dan mijn implementatieplan op in aantekeningenvorm. Dat kost allemaal niet heel veel tijd. Dan loop ik tegen elf uur terug naar de bakker, het is er nog steeds druk. Titia, gewaardeerd zangeres en oud schoolgenoot die ik nog steeds regelmatig tegenkom op muzikale aangelegenheden, komt net naar buiten met twee dochters. Ik wist via Facebook dat ze hier was en ben daarom niet verbaasd haar tegen te komen. Zij is natuurlijk wel verrast en na een grote omhelzing kletsen we even bij. Ik vertel dat ik strandkoeken wil gaan kopen. Zij vertelt dat ze zojuist het laatste pak heeft bemachtigd. Geen strandkoeken meer overkomt me een enkele keer, weten wie me zojuist is voor geweest is natuurlijk een toeval dat niet vaak toeslaat. Ik ga nog even in de bakkerij kijken of er iets anders van mijn gading is, maar ik besluit de rij uiteindelijk over te slaan.
Dus ga ik winkelen, een nieuwe handtas kopen, even bij de drogist een uitbreiding van mijn toch al overdadige toilettasinhoud scoren en zoals altijd even in de kledingwinkel kijken. Daar zit deze keer niets van mijn gading bij, dus koop ik nog wat lekkers bij de Spar. Terug thuis zet ik een grote mok thee en eet ik een frambozenfranchipantaartje. Jeroen Meus zou trots op mij zijn, als ik het zelf gemaakt had. Ondertussen is het gestopt met zachtjes regenen en is elke stap buiten de deur nog alleen voor de meest noodzakelijke handelingen te overwegen. Ik heb geen enkele aanleiding daartoe dus ga ik slapen. Om daarna met de Engelse detective mij op de bank te nestelen. Terwijl de regen in grotere of kleinere druppels tegen de balkondeuren slaat, word ik door Morse over de stemvorkvormige wegen van het noordelijke deel van Oxford geloodst. In het Engels klinkt het nog veel mooier, dankzij de man thuis kan ik de stem van de acteur erbij horen. Ik ben meer een lezer dan een TV kijker en vorm verder mijn eigen beelden. De dag besluit ik met een borrel en een borrelhap, het regent zo hard dat ik zelfs het oversteken van de straat voor een frietje te veel moeite vind. Alleen gaan eten in een restaurant doe ik soms voor de lunch maar zeker niet voor het diner, tenzij er geen andere optie is. Meer dan op tijd ga ik naar bed voor een nacht slapen, mijmeren, dromen, luisteren naar de regen tegen het raam en de kerkklok.
Zondagochtend regent het nog steeds, dus ik maak ontbijt, drink een kop koffie, lees nog een krant en verdiep mij daarna in een historisch Engels romannetje. Lichte kost. Vervolgens doe ik een uitgebreide Pilatessessie om de stijfheid uit mijn spieren te werken. Na douchen en aankleden werk ik de persoonlijke administraties bij, het is tenslotte het eind van de reguliere salarismaand. Daarna kijk ik of het binnenkort droog gaat worden. Aangezien het mogelijk rond tien uur dat stadium bereikt begin ik aan dit blog te schrijven. Het is zeer uitgebreid, omdat ik de tijd heb. Veel tijd, want met dit weer voor mijn plezier buiten lopen doe ik niet.
Rond kwart over tien waag ik het erop. Zoals ik gisteren een stukje groen strand extra heb gelopen, doe ik vandaag een stuk Waddendijk. Maar ik begin met het aflopen van de Badweg zodat ik met de wind in de rug vanaf paal 3 naar ongeveer paal 5 of zo kan lopen. Het opkomende tij veegt mijn voetstappen achter mij uit. Bij paal 5 (denk ik) is de opgang van de Reddingsweg, waar ik in de relatieve bescherming van de bomen kan lopen. Daarna sla ik linksaf en ga richting de strekdam. Dan wordt het even een paar kilometer ploeteren op de Waddendijk. Ik hoor via betrouwbare bron dat het windkracht 6 of 7 is. Het eerste stuk loop ik onder aan de landkant, uit de wind, het laatste stuk hang ik voorover boven op de dijk tot de trap. Daar struikel ik voorzichtig naar beneden, het dorp weer in. Ruim twee uur verder ben ik terug waar ik begonnen was, volledig verwaaid. Het gemiddelde was desondanks beter dan gisteren.
In het dorp doe ik nog snel een boodschap bij de Spar voordat deze dicht gaat, terug in het appartement hang ik door de middag met het romannetje, BBC3 Evensong en wat dies meer zij. Rond zes uur borrel ik mij door de laatste restjes heen.
Ook deze avond ga ik vroeg naar bed en slaap ik in delen met af en toe wat draaien tussendoor. Om half zes vind ik het genoeg, tien uur slapen zou toch wel voldoende moeten zijn. Ik sta op, maak ontbijt, doe de financiële administratie. Het is salarisdag. Daarna ga ik na het douchen en aankleden wandelen. Ik ben eigenlijk net te vroeg, de bussen voor de vroege ochtendboot moeten nog door het dorp heen. Desondanks loop ik over de Middenstreek naar het Westerduinpad, steek het duin over en loop dan over het laatste stuk groene strand naar de branding. Ik verstoor daarbij een hele kolonie meeuwen, ganzen etcetera die mij luid kwetterend laten weten dat het nog te vroeg is.
De branding mag geen naam hebben, het is afnemend tij en de zee kabbelt rustig aan mijn voeten. Wel staat er een prettig windje dat mij in de rug steunt. Bij paal 3 ga ik weer rechtsaf, de Badweg op terug naar het appartement. Ik kijk nog naar wat administratie, zet een kop koffie, begin rustig met de tassen inpakken. Dan kleed ik mij om in werkkleding, gaat de make-up op en föhn ik mijn haar netjes. Het is tijd om de sleutel in te gaan leveren en met de bus en de boot terug naar Lauwersoog te gaan. Van daar rij ik naar het werk, het is tenslotte niet elke dag feest. Alhoewel ik er veel aan doe om er elke dag wel tot een feestelijke dag te maken. Deze dag is in ieder geval goed begonnen.
Na alle regen van de afgelopen dagen laat Schier zich deze ochtend weer van haar beste kant zien